MESSAGE
Bonjour,


Votre promesse de don a bien été enregistrée.

Veuillez procéder au virement suivant & nbsp;:
Compte & nbsp;: BE31 6300 1228 9555
Montant & nbsp;: 100.00 €
Bénéficiaire & nbsp;: La Fondation Belge pour la Terre Sainte
Communication structurée & nbsp;: DON-Offrande complementaire 2025
Ou scanner ce QR code à partir de votre application bancaire & nbsp;:



Cordialement,

L’Ordre Équestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem

Bezinning van Mgr. Pizzaballa Latijns Patriach van Jeruzalem
2de zondag van de Advent, liturgisch jaar A

1 December 2022

4 december 2022
Mt 3,1-12


Elk jaar opnieuw brengt de liturgie op de 2de zondag van de Advent de figuur van Johannes de Doper voor het voetlicht. Hij is de eerste van de grote figuren die ons op onze weg tijdens de Advent zal vergezellen.


Om ons wat te helpen bij de kennismaking, begint de Evangelist Mattheüs met ons eerst wat informatie over zijn kledij te verstrekken “Johannes droeg een kleed van kameelhaar, met een leren riem rond zijn midden.”(Mt 3, 4). Het gaat hier niet zomaar om een simpel detail of om een onbelangrijke bijkomstigheid, maar om een wezenlijke verwijzing naar de kledij van de Profeet Elia. Deze wordt immers bij het begin van zijn zending als “een man in huiden getooid, met een leren riem om zijn midden” beschreven (2 Kon 1, 8).


Door middel van de kledij lijkt de evangelist hier te willen suggereren dat Elia is teruggekeerd. Dit is het verwachte teken waar sedert eeuwen wordt naar uitgekeken, het teken dat heel ondubbelzinnig aangeeft dat de Messias op komst is. Inderdaad, in de Profetie van Malachias (Mal 3, 23) wordt verkondigd dat de Heer de Profeet Elia zou voorop zenden: “Zie, Ik zend u de Profeet Elia alvorens de grote en ontzagwekkende dag van de Heer zal komen.”


Later (Mt 11, 10; 17, 10-13) zal Jezus zelf tot tweemaal toe deze identificatie tussen Elia en Johannes bevestigen.


Het optreden van Johannes in de woestijn betekent dus dat de hele messiaanse verwachting van het volk van Israël in vervulling zal gaan en dat iets groots te gebeuren staat.


Zulk nieuws zet iets in beweging en brengt hoop en verwachting. Mensen trekken naar de woestijn, de plaats van bekering, en ze luisteren, om deze nieuwe Elia die door de hemel is gezonden, te zien en te horen.


En Johannes "predikt" in de woestijn (3: 1), niet meer dan dat. Hij predikt dat het koninkrijk der hemelen nabij is.


Hij bevestigt de Blijde Boodschap, de boodschap waarop de hele wereld zit te wachten. Hij predikt het nieuws van een God die dichtbij komt, die zijn beloften nakomt en zijn volk zal bezoeken. “Hij die na mij zal komen,” zo zegt Johannes (3, 11).


Als het waar is dat het Koninkrijk nabij is, dan moeten wij ons voorbereiden om het te verwelkomen. En dat was nu precies de taak van Johannes de Doper. De evangelist Mattheus zorgt ervoor hier de profetie van Jesaja (Jes 40: 3) in te leiden. De profeet liet hiervoor een mysterieuze en anonieme stem aan het volk vragen de weg te bereiden voor de terugkerende Heer. Welnu, die stem laat zich hier opnieuw horen, maar deze keer is het de stem van Johannes de Doper. Alles gaat in de richting van een vervulling die nu zijn aanvang neemt.


Het is dus tijd om zich voor te bereiden. De vraag is alleen hoe men dit best doet? Johannes de Doper geeft hierover enkele elementaire en zeer eenvoudige instructies. Zo waarschuwt hij eerst en vooral voor een groot gevaar, namelijk dat men zou denken dat het al voor mekaar is.


Dat is het gevaar dat de farizeeërs en de sadduceeërs (Mt 3, 7) bedreigt. Deze maken hier voor het eerst hun opwachting in het evangelie. Johannes leest hun gedachten en legt uit dat deze gebaseerd zijn op de idee dat zij tot het Joodse volk behoren, tot een traditie. En volgens hen is dat al voldoende om in orde te zijn en te denken dat zij gered zullen worden, dat zij zich gered voelen, dat zij in orde zijn. “Denk niet bij jezelf: wij hebben Abraham als vader” (Mt. 3, 9). Het is volkomen zinloos om zich hierop te beroepen.


Het kinkt paradoxaal, maar de echte hindernis om de Heer te bereiken is niet de zonde, maar wel de veronderstelling dat men rechtvaardig is. Bovendien vraagt Johannes niet om speciale dingen te doen, zoals vasten, het beoefenen van de ascese of het in acht nemen van bepaalde riten. Het is vooral noodzakelijk om zich eerst te bekeren.


Het woord “bekering” is het sleutelwoord in het evangelie van vandaag en het wordt zelfs tot driemaal toe herhaald.


Maar wat betekent het precies om zich te bekeren, om bekeerd te zijn? Welnu, dat was precies waarom de mensen naar Johannes toe kwamen. “Ze beleden hun zonden en lieten zich door hem in de Jordaan dopen” (Mt 3, 6). Bekering betekent de nederige houding aannemen van iemand die van zichzelf erkent onwaardig te zijn, die het kwaad erkent dat in hem woont, de behoefte naar verlossing ervaart en die zich openstelt voor de barmhartigheid van de Heer.


Dit alles is volgens de evangelist de enige manier om zich op de weg van de Heer voor te bereiden. Het lijkt misschien eenvoudig, maar we weten allen dat dit niet het geval is.


De Messias die uiteindelijk door Johannes de Doper wordt verwacht, is in de eerste plaats een rechter en dat leren we uit de beelden die hij gebruikt om Hem te beschrijven: de bijl bij de wortels van de bomen die geen vruchten dragen (vs 22), de dorsvlegel om het graan te dorsen, en vervolgens het stro te verbranden (vs 12)… Deze uitdrukkingen verwijzen naar een rechter zonder genade, maar die wel een oplossing biedt voor het probleem van het kwaad en de zonde zoals allen dit verwachtten, en zoals de mens het voor zichzelf kon bedenken. Het komt erop aan om de zonde en de zondaar uit te schakelen. Dit zijn woorden die een zekere vorm van geweld in zich dragen.


Maar alles zal niet verlopen zoals het werd verwacht, en de eerste die door deze werkelijk nieuwe en andere Messias zal verrast worden, zal Johannes de Doper zelf zijn. Hij is het die enerzijds in het Evangelie van vandaag zo zelfverzekerd en zo duidelijk is. Maar het is ook hij die vanuit zijn gevangeniscel verbijsterd is over alles wat hij over Jezus hoort, over al de onverwachte dingen die Hij doet. Hij stuurt vanuit de gevangenis dan ook enkele van zijn leerlingen om hem over Jezus te komen vertellen. “Bent U degene die komt, of moeten we nog op een ander wachten?” Mt 11, 3. Bent u echt degene wiens komst ik aan de Jordaan heb aangekondigd, toen ik het volk tot bekering riep?


In Zijn antwoord verwijst Jezus naar de profetieën van Jesaja, zoals we deze in de advent mogen beluisteren: “blinden zullen zien en lammen zullen lopen, melaatsen worden gezuiverd en de doven zullen horen, doden zullen opstaan en armen ontvangen de Blijde Boodschap” (Mt 11, 5). Ja, zegt Jezus, ik ben het en doe wat geschreven staat. Dit wil zeggen dat hij Johannes vraagt om naar de ware betekenis van Zijn komst terug te keren, dit is de zingeving die door Jesaja werd aangekondigd. Met andere woorden, Jezus nodigt hem uit om zich van zijn kleine persoonlijke verwachtingen te bevrijden, om ruimte te maken voor zijn Woord van Verlossing.


En daar zal de persoonlijke bekering van Johannes plaats vinden. Moge dit dan ook een beetje onze bekering zijn.


+ Pierbattista


Bron : Website Latijns Patriarchaat van Jeruzalem
Foto: © Latijns Patriarchaat van Jeruzalem
Vertaling : Luk & Karien De Staercke-Audoore
© Belgische Landscommanderij - Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem


De Ridderorde van het
Heilig Graf van Jeruzalem
Vogelzanglaan 2
1150 Brussel
Newsletter

Deze website maakt gebruik van cookies. Essentiële en functionele cookies zijn noodzakelijk voor de goede werking van de website en kunnen niet worden geweigerd. Andere cookies worden gebruikt voor statistische doeleinden (analysecookies) en worden alleen geplaatst als u met de plaatsing ervan instemt. Zie ons cookiebeleid voor meer informatie.