“Het Heilig Land is niet zomaar een land om te steunen, noch een probleem om op te lossen: het is onze bron.”
15 Januari 2026
Vraaggesprek met Kardinaal Pierbattista Pizzaballa
Zijne Eminentie, het conflict in het Heilig Land lijkt bijna eeuwig te duren. Hoe kan men in deze context – zonder idealistisch of naïef over te komen – blijven geloven dat hier ooit vrede zal komen,? Hoe kan de gelijkenis van Jezus over "het graan en het onkruid samen te laten groeien" (Matteüs 13, 24-30), ons helpen om aan vrede te werken, zeker wanneer wij weten dat dit conflict bijna inherent aan de menselijke interacties in het Heilig Land verbonden is?
Het kwaad en de verdeeldheid zullen pas met de wederkomst van Christus verdwijnen. We willen allemaal dat het kwaad zo snel mogelijk zou verslagen worden en uit ons leven zou verbannen zijn. We weten dit, maar we moeten voortdurend opnieuw met het pijnlijke besef leren leven dat de macht van het kwaad in het leven op deze wereld en in ons eigen leven aanwezig zal blijven. Het is een mysterie, hoe hard en hoe moeilijk dit ook mag zijn, en het maakt deel uit van onze aardse werkelijkheid. Dit is geen capitulatie of berusting. Integendeel, het is het zich bewust zijn van de dynamiek van het leven in de wereld. We zoeken niet naar een ontsnappingsroute maar we kennen evenmin enige angst of ook maar enige zin om dit te verbergen.
Daarom mag vrede niet met het verdwijnen van het kwaad worden verward. Vrede betekent niet het einde van de oorlogen en van alles wat het kwaad, Satan, in de harten van de mensen plant. We willen allemaal dat deze oorlogssituatie en alles wat dit voor het leven in onze gemeenschappen met zich meebrengt, zo snel mogelijk zou eindigen,. En we moeten er alles aan doen om dit te bereiken, maar we mogen onszelf geen illusies maken. Het einde van de oorlog betekent niet meteen het einde van de vijandelijkheden en van het leed dat ze veroorzaken. Het verlangen naar wraak en het gevoel van woede zullen de harten van velen blijven bezielen.
Het kwaad dat de harten van zo veel mensen lijkt te beheersen, zal niet verdwijnen. Het zal altijd aan het werk blijven en ik zou zelfs zeggen creatief aan de slag gaan. We zullen nog lange tijd de gevolgen van deze oorlog voor het leven van alle mensen moeten blijven dragen. Maar in deze specifieke context in vrede geloven, betekent dat men niet de macht van het kwaad wil dienen maar dat men doorgaat met het zaad van het Koninkrijk Gods te laten groeien. Dit wil zeggen dat wij een zaad van leven in de wereld willen zaaien. In deze context van dood en verderf willen we ons vertrouwen behouden, willen wij ons met veel mensen verenigen die nog steeds de moed hebben om het goede na te streven en willen we samen met hen de voorwaarden voor genezing en waarachtig leven scheppen. Het kwaad zal zich blijven manifesteren maar wij zullen zelf de plaats en de aanwezigheid zijn die niet door het kwaad kan worden overwonnen. Om heel precies te zijn: wij zullen het zaad van het ware leven zijn.
Van alle Bijbelse namen die aan Jeruzalem worden gegeven, welke inspireren u in het licht van de huidige situatie het meest? Kunt u dit vanuit het perspectief van de onoverwinnelijke hoop voor ons even toelichten?
In de huidige context spreken mij twee namen heel bijzonder aan: “Stad van Vrede”' (dit is een van de etymologische betekenissen van “Yerushalayim”) en “Bruid” (of “Verloofde”), vooral zoals dit in het boek “Openbaring” als de “Bruid van het Lam” wordt beschreven.
"Stad van Vrede": vandaag lijkt deze naam een pijnlijke oxymoron, een contradictio in terminis. Maar deze naam blijft echter een profetie, een roeping die nog niet is vervuld. Deze naam herinnert er ons aan dat vrede niet alleen de afwezigheid van oorlog is, maar ook de volheid van het leven, van verzoening en rechtvaardigheid. Ondanks de verscheurdheid houdt deze naam de hoop levend dat God zijn plan voor deze stad niet heeft opgegeven.
“Bruid”: In het boek Openbaring wordt Jeruzalem ook voorgesteld als een bruid, als zij "die zich voor haar man heeft opgedoft" (Openbaring 21, 2). Dit beeld roept de intimiteit op, het verbond en de schoonheid die God voor ogen had. Heden is Jeruzalem verscheurd, verdeeld en gewond, maar het beeld van de bruid herinnert er ons aan dat haar ware identiteit naar boven komt, dat ze geliefd en verwacht wordt. Deze visie maakt het ons mogelijk om Jeruzalem niet tot de huidige conflicten te reduceren maar om de stad met de ogen van het geloof te beschouwen, de stad te zien als een werkelijkheid in wording, als een stad die tot gemeenschap geroepen is. Deze namen wekken een onoverwinnelijke hoop op, omdat ze de zichtbare realiteit overstijgen en streven naar Gods belofte. Ze sporen ons aan om zelfs in het donker aan de slag te gaan, zodat deze namen geleidelijk aan een levende realiteit kunnen worden.
Het Nieuwe Jeruzalem waarover in het boek Openbaring wordt gesproken, wordt als de “Bruid van het Lam” voorgesteld (Openbaring 21, 9). Kunnen we in het verscheurde Jeruzalem van vandaag, waar de gemeenschappen nog nauwelijks met elkaar communiceren, al tekenen zien van het Nieuwe Jeruzalem dat uit de hemel zal nederdalen? Welke zijn deze eschatologische tekenen en, meer in het algemeen, hoe kunnen we door onze daden de komst van het Nieuwe Jeruzalem in het hart van deze wereld, die met kwaad en geweld worstelt, bespoedigen?
In het verscheurde Jeruzalem van vandaag, met: de aanwezigheid van "gewonde genezers" zijn er zelfs in bescheiden mate wel degelijk tekenen van het nieuwe Jeruzalem, van de Bruid van het Lam, te ontdekken. Er zijn mensen – gelovigen uit verschillende gemeenschappen, humanitaire hulpverleners en bemiddelaars in de dialoog – die, hoewel gewond door het conflict, relaties blijven opbouwen, die blijven om elkaar geven en die elkaar blijven beluisteren. Deze mensen beleven nu al een relatie die door het Nieuwe Jeruzalem geïnspireerd is. Het is een relatie waarin men niet door haat wordt gevormd, maar door een duurzame liefde en hoop op plaatsen van "fragiele ontmoeting". Ondanks het vele wantrouwen zijn er nog steeds plaatsen, zoal kerken, lokale initiatieven en universiteiten, waar interreligieuze bijeenkomsten of ontmoetingen over de gemeenschappen heen plaatsvinden. Deze plaatsen zijn als het gefluister in de open stad, zoals dit in het boek Openbaring wordt beschreven, een stad waar de poorten niet gesloten zijn, een stad met de profetische moed van bepaalde religieuze leiders. Daar klinken stemmen, ook al zijn het soms geïsoleerde stemmen, in een taal die de haat verwerpt, stemmen die oproepen tot mededogen voor alle slachtoffers, tot gerechtigheid voor iedereen, stemmen die getuigen van het licht van het Lam dat over de stad schijnt.
Hoe kunnen wij in het hart van deze wereld, die door kwaad en geweld geteisterd wordt, door onze daden de komst van het nieuwe Jeruzalem bespoedigen? Daarom moeten we in ons dagelijks leven, in onze woorden en daden, 'vredestichters' zijn. We moeten profetisch luisteren, en niet alleen naar onze eigen gemeenschap maar ook naar het lijden en de aspiraties van anderen. We moeten van jonge leeftijd af in vredeseducatie investeren om zo de vicieuze cirkel van geweld te doorbreken.
Welke middelen zouden volgens u kunnen gebruikt worden om een nieuwe taal aan te leren waarmee in het Heilig Land over vrede kan worden gesproken?
We moeten van een exclusieve taal naar een inclusieve taal overstappen. In plaats van alleen woorden uit het eigen verhaal te gebruiken kunnen we beter een vocabularium hanteren dat de realiteit en de wonden van alle partijen erkent, zonder deze te ontkennen. We moeten ontmenselijkende taal verwerpen en een inclusieve taal nastreven die het lijden van anderen erkent. Ons geheugen moet daarom gezuiverd worden. Dit betekent dat we het toegebrachte en het doorstane leed erkennen en dit eerlijk benoemen. maar dan zonder dat we wrok de overhand laten krijgen. Een taal van vrede moet waarheid, rechtvaardigheid en vergeving integreren en dit niet als alternatieven, maar als complementaire dimensies.
Religieuze leiders en de media moeten hiervoor worden opgeleid. Zij spelen een cruciale rol in het sturen van het publieke debat in de richting van de hoop, in de plaats van op angst of haat in te zetten. De gebruikte lichaamstaal moet tonen dat het om woorden gaat die verder reiken dan toespraken alleen. Het gaat om een taal die een gevoel van verbondenheid oproept, die troost biedt en die de horizon verbreedt. Worden we met beelden van lijden geconfronteerd dan moeten we met woorden en beelden van hoop reageren. We moeten ruimte voor een open dialoog creëren waar Israëliërs en Palestijnen hun verhalen kunnen delen zonder de bedoeling om te overtuigen maar om gehoord te worden. Dit zal helpen om de stereotypen te doorbreken en empathie te herstellen.
Wat is uw geheim om midden de tragedies die uw volk in Gaza en de bezette Westelijke Jordaanoever treffen, sterk te blijven?
Ik zou niet zozeer over een geheim spreken, maar eerder van een verankering. Dit stelt ons in staat om weerstand te bieden. Maar het gaat in de eerste plaats om een dagelijkse trouw. Het is kwestie om daar fysiek en spiritueel aanwezig te blijven, zonder de realiteit te ontvluchten, maar ook zonder erdoor overweldigd te worden. Het Heilig Land vraagt om een uitgekleed geloof. We kunnen onze toevlucht niet in het abstracte zoeken. Elke dag worden we met concreet leed, met vertrouwde gezichten, namen en verhalen geconfronteerd. Dit vereist een eenvoudig, soms stil gebed, dat niet tot doel heeft alles aan God uit te leggen, maar om gewoon voor Zijn aanschijn te staan.
Er is ook de zekerheid dat de Kerk niet geroepen is om volgens de maatstaven van de wereld te "slagen", maar om te blijven bestaan. Verzet bieden betekent accepteren dat er geen onmiddellijke oplossing is, maar het betekent ook dat men de wanhoop weigert. En uiteindelijk zijn het de mensen zelf die door hun waardigheid, door hun vermogen tot verzet en door hun nederig geloof de pastoor steunen, en niet andersom.
Organisaties die aan het Heilig Land incidenteel hulp bieden, maken hiervan soms gebruik om reclame voor zichzelf te maken. De Orde van het Heilig Graf, waarvan u de Grootprior bent, opereert echter zeer discreet via de regelmatige steun die het Latijns Patriarchaat van haar 30.000 leden wereldwijd ontvangt. Zou u zeggen dat de Orde van het Heilig Graf en het Latijns Patriarchaat tot eenzelfde familie behoren? Hoe komt deze diepgaande, ik zou zelfs zeggen "instinctieve", verbondenheid tot uiting in het leven van het Bisdom Jeruzalem, waarvoor u verantwoordelijk bent?
Ja, we kunnen echt spreken van een familie, zelfs van een organische verbondenheid. De Orde van het Heilig Graf staat niet als externe weldoener naast het Patriarchaat. Zij deelt haar leven, haar zwakheden en haar missie. Deze band komt vooral in een langdurige loyaliteit tot uiting. De steun van de Orde is niet incidenteel en is evenmin afhankelijk van enige media-aandacht. Deze steun is regelmatig, discreet en in een diepe kerkelijke gemeenschap geworteld. Concreet betekent dit de ondersteuning van het essentiële zoals scholen, parochies, de opleiding van seminaristen en pastorale aanwezigheid waar dit in feite menselijkerwijs onmogelijk zou zijn. Maar nog belangrijker is dat de Orde het Patriarchaat iets kostbaars biedt, met name het gevoel dat men er niet alleen voor staat en wij samen een universele missie hebben. Deze stille solidariteit is een vorm van naastenliefde die sterk op het Evangelie is gebaseerd.
Deze verandering van perspectief is inderdaad fundamenteel. Het Heilig Land is niet alleen een plek die moet ondersteund worden of waar er een probleem moet opgelost worden. Het is de bakermat, onze bron. De Kerk van Jeruzalem is niet alleen een Kerk die "arm" is aan middelen, maar ook een Kerk die rijk is aan een levende herinnering aan het Evangelie.
Haar schat schuilt in een belichaamd geloof en wordt gekenmerkt door geduld, samenleven en het aanvaarden van het kruis zonder ideologie. Het is een Kerk die het evangelie beleeft zonder enige bescherming, vaak zonder erkenning, maar met een grote authenticiteit. Om deze verandering van perspectief te bevorderen, is het essentieel om allereerst te luisteren. Te luisteren naar de lokale gemeenschappen, naar hun verhalen, hun wonden en hun hoop. We moeten overstappen van een projectmatige aanpak naar een logica van verbondenheid.
Jeruzalem beluisteren, betekent accepteren dat het christelijk geloof in kwetsbaarheid ontstaat, dat het nooit met macht mag verward worden, en dat het midden alle tegenspoed bovenal door trouw wordt doorgegeven. Dit is uiteindelijk de ware schat.
Vraaggesprek door François Vayne
Bron : Latin Patriarchate of Jerusalem / lpj.org
Foto: © Latin Patriarchate of Jerusalem / lpj.org
Vertaling : Luk & Karien De Staercke-Audoore
© Belgische Landscommanderij - Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem