Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Lezingen-voor-de-vijfde-zondag-van-de-vasten-Liturgisch-jaar-A
      Lezingen voor de vijfde zondag van de vasten – Liturgisch jaar (...)

Lezingen voor de vijfde zondag van de vasten – Liturgisch jaar A

Om de video te bekijken: klik HIER


  • Télécharger l'article au format PDF Imprimer cet article
  • Ecrire à l'auteurLdS
  • 30 maart 2020
  • réagir
  • 0 stem
Eerste lezing (Ez 37, 12-14))

Lezing uit de Profeet Ezechiël

“Zo spreekt de Heer God:
Ik ga uw graven openen;
ik wek u in grote aantallen uit de dood op
en breng u naar Israëls grond.
En als Ik uw graven open
en u in grote aantallen uit de dood opwek
dan zult u erkennen dat Ik de HEER ben.
Ik schenk u mijn geest,
zodat u weer leeft,
en laat u op uw eigen grond wonen.
Dan zult u erkennen dat ik, de Heer,
doe wat ik zeg” – godsspraak van de HEER

Woord van God

Psalm (Ps 129 [130], 1-2, 3-4, 5-6ab, 7bc-8)

R/ Bij de Heer is Liefde
Bij Hem is verlossing in overvloed (cfr Ps 129, 7bc)

Uit het diepste diep roep ik U aan, HEER
ach, HEER, hoor wat ik zeg,
luister toch naar mijn bidden en smeken.

Als U, HEER, de zonden in gedachten houdt
blijft niemand overeind, o HEER.
Maar bij U, bij U is vergeving,
daarom heeft men zo’n eerbied voor U.

Ik kijk uit naar de HEER,
met heel mijn hart kijk ik naar Hem uit;
ik wacht in vertrouwen op zijn woord.

Mijn hart kijkt uit naar de HEER,
meer dan wachters uitkijken naar de ochtend,
dan wachters naar de ochtend.

Israël, wacht in vertrouwen op de HEER;
bij Hem is liefde,
Bij Hem is verlossing in overvloed.
Hij is het die Israël verlost
van al zijn zonden.

Tweede lezing (Rom 8, 8-11

“De Geest van Hij die verrezen is, Jezus, leeft in U”

Lezing uit de brief van de Heilig Apostel Paulus aan de christenen van Rome

Broeders en zusters,
zij die een zondig leven leiden, kunnen God niet behagen.
Maar u leidt geen zondig leven meer, maar u leeft in de Geest,
omdat de Geest van God in u woont.
Iemand die de Geest van Christus niet bezit
behoort Hem niet toe.
Als Christus in u is,
blijft uw lichaam wel door de zonde aan de dood gewijd,
maar uw geest leeft, dankzij de gerechtigheid.
Als de Geest van Hem,
die Jezus heeft opgewekt uit de doden, in u woont,
zal Hij, die Christus uit de doden heeft laten opstaan,
ook uw sterfelijk lichaam levend maken
door de kracht van zijn Geest,
die in u woont.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 11, 1-45)

“Ik ben de Verrijzenis en het Leven”

Eer en lof zij u, HEER,
eer zij U.
Ik ben de Verrijzenis en het leven, zegt de HEER.
Wie in mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.
Eer en lof zij U, HEER,
eer zij U.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië,
het dorp van Maria en haar zuster, Marta.
Maria is de vrouw die de Heer met balsem zalfde
en zijn voeten met haar haren afdroogde,
de zieke Lazarus was haar broer.
De zusters stuurden Jezus de boodschap:
“Heer, hier is iemand ziek, iemand van wie u houdt.”
Toen Jezus dit hoorde, zei Hij:
“Deze ziekte loopt niet uit op de dood,
maar op de verheerlijking van God,
want de Zoon van God moet erdoor verheerlijkt worden.”

Jezus hield veel van Marta, van haar zuster en van Lazarus.

Jezus hoorde dus van zijn ziekte;
toch bleef Hij nog twee dagen waar Hij was.
Daarna pas zei Hij tegen zijn leerlingen:
“Kom, we gaan weer naar Judea.”
“Maar rabbi,” zeiden de leerlingen,
“onlangs nog probeerden de Joden U te stenigen,
wilt U er nu alweer heen?”

Jezus antwoordde: “Een dag telt toch twaalf uren?
Zolang het dag is, kan men zijn weg gaan zonder te struikelen,
omdat men het licht van deze wereld ziet.
Maar als men ’s nachts zijn weg gaat,
zal men struikelen, omdat men dan het licht moet missen.”

Na deze woorden deelde Hij hun mee:
“Onze vriend Lazarus is ingeslapen,
maar ik ga erheen om hem wakker te maken.”

De leerlingen merkten op:
“Als hij slaapt, Heer, dan komt hij er bovenop.”
Maar Jezus had echter over zijn dood gesproken,
terwijl zij dachten dat Hij de gewone slaap bedoelde.
Daarop zei Jezus ronduit:
“Lazarus is gestorven. Toch ben Ik blij voor jullie,
met het oog op jullie geloof, dat ik niet ter plaatse was.
Maar kom, laten we er nu heen gaan.”

Toen zei Tomas, ook Didymus genaamd,
tegen zijn medeleerlingen:
“Laten wij ook maar gaan,
dan kunnen we samen met Hem sterven.”

Bij de aankomst van Jezus
bleek Lazarus al vier dagen in het graf te liggen.
Nu lag Betanië dichtbij Jeruzalem,
op een afstand van ongeveer vijftien stadiën.
Heel wat Joden waren dan ook naar Marta en Maria toe gekomen
om hun medeleven te betuigen met het verlies van hun broer.
Marta, die gehoord had dat Jezus op komst was,
was Hem tegemoet gegaan; Maria was thuis gebleven.
Marta zei tegen Jezus:
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer nooit gestorven zijn.
Maar ik weet zeker dat u ook nu nog alles aan God kunt vragen
en dat Hij het U zal geven.”

“Je broer zal opstaan,” verzekerde Jezus haar.
“Dat weet ik,” zei Marta,
“hij zal opstaan bij de opstanding op de laatste dag.”
“Ik ben de opstanding en het leven,” zei Jezus.
“Wie in Mij gelooft, mag dan wel sterven, toch zal hij leven;
en iedereen die leeft en in Mij gelooft,
zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dat?”

“Ja Heer,” antwoordde Marta,
“ik geloof vast dat U de Messias bent, de Zoon van God,
degene die in de wereld komen zou.”

Na deze woorden ging ze haar zuster Maria roepen.
“De meester is er,” fluisterde ze haar toe.
“Hij laat je roepen.”
Zodra ze het hoorde, ging ze op weg, naar Hem toe.
Jezus was namelijk nog niet in het dorp,
maar bevond zich nog op de plaats waar Marta Hem ontmoet had.
De Joden die bij Marta in huis waren om hun medeleven te betuigen,
zagen haar het huis uit snellen en gingen haar achterna,
in de veronderstelling dat ze bij het graf wilde gaan treuren.
Toen Maria de plaats had bereikt waar Jezus zich bevond,
wierp ze zich, zodra ze Hem zag, voor zijn voeten neer en zei:
“Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer nooit gestorven zijn.”
Toen Jezus zag hoe ze weeklaagde
en hoe ook de Joden die haar vergezelden, weeklaagden
ontstak Hij in toorn en wond zich op.
“Waar hebt u hem neergelegd?” vroeg Hij.
“Komt u maar kijken, Heer,” zeiden ze.
Jezus begon te huilen, zodat de Joden zeiden:
“Hij moet veel van hem gehouden hebben!”
Maar sommigen merkten op:
“Had Hij dan niet kunnen zorgen dat Hij niet doodging?
Hij heeft toch ook de ogen van de blinde geopend?”

Opnieuw in toorn ontstoken, ging Jezus naar het graf.
Het was een grot, die met een steen was afgesloten.
“Neem die steen weg,” beval Hij.
Marta, de zuster van de gestorvene zei:
“Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!”
Jezus antwoordde: “Heb ik je niet gezegd
dat je de heerlijkheid van God zult zien als je maar gelooft?”

Toen nam men de steen weg.
Jezus sloeg de ogen op en bad:
“Vader, Ik dank u dat U Mij aanhoort hebt.
Voor Mij stond het vast dat U Mij altijd aanhoort,
maar ik spreek zo met het oog op al die mensen hier,
opdat ze mogen geloven dat U Mij gezonden hebt.”

Na dit gebed riep Hij met luide stem:
“Lazarus, kom naar buiten!”
En de dode kwam naar buiten,
zijn voeten en handen met zwachtels gebonden
en zijn hoofd in een doek gewikkeld.
“Maak hem los,” beval Jezus, “en laat hem gaan.”
Van de Joden die naar Maria toe waren gekomen
en gezien hadden wat Hij gedaan had,
gingen velen in Hem geloven.

Verkondigen wij het Woord van de Heer.

(Willibrordvertaling – 1999)

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Links & Multimedia

newsletter