Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Lezingen-voor-de-vierde-zondag-van-de-vasten-Laetare-Liturgisch-jaar-A
      Lezingen voor de vierde zondag van de vasten (Laetare) – Liturgisch jaar (...)

Lezingen voor de vierde zondag van de vasten (Laetare) – Liturgisch jaar A

Om de video te bekijken: klik HIER


Eerste lezing (1 S 16, 1b.6-7. 10-13a)

In deze dagen sprak de Heer tot Samuël:
Vul een hoorn met olie:
Ik zend u naar Isaï de Bethlehemiet,
Want een van zijn zonen heb ik voor het koningschap bestemd.
Toen zij aankwamen, viel zijn blik op Eliab
En hij dacht:
“Die daar voor de Heer staat, is ongetwijfeld zijn gezalfde!”
Maar de Heer zei tegen Samuël:
“Ga niet af op zijn voorkomen of rijzige gestalte;
Hem wil ik niet.
Want God ziet niet zoals de mens ziet;
Een mens kijkt naar het uiterlijk,
Maar de Heer kijkt naar het hart.”
Zo stelde Isaï zeven van zijn zonen voor,
Maar Samuël zei tegen Isaï:
“Geen van hen heeft de Heer uitverkoren.”
Daarop vroeg hij aan Isaï:
“Zijn dat al uw jongens?”
Hij antwoordde:
“Alleen de jongste ontbreekt; die hoedt de schapen.”
Toen zei Samuël tegen Isaï:
“Laat die dan halen, want wij gaan niet aan tafel voordat hij hier is.”
Isaï liet hem dus halen.
De jongen was rossig, had mooie ogen en een prettig voorkomen.
Nu zei de Heer:
“Hem moet u zalven; hij is het.”
Samuël nam dus de hoorn met olie
En zalfde hem te midden van zijn broers.
Vanaf die dag was de geest van de Heer over David.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 22 [23], 1-2ab, 2c-3, 4, 5, 6)

R/ De Heer is mijn herder
het ontbreekt mij aan niets (cfr Ps 22, 1)

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige weiden rusten,
Hij voert mij naar vredig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht.
Hij leidt mij op het rechte spoor,
omwille van zijn naam.

Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang,
want U bent bij mij:
uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.

Voor mijn ogen dekt u de tafel,
zodat ook mij belagers het zien;
met olie zalft u mijn hoofd,
mijn beker is tot de rand gevuld.

Ja, Uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen.

Tweede lezing (Ef 5, 8-14)

“Verhef u uit de doden en het licht van Christus zal over u schijnen”

Lezing uit de brief van de Heilig Apostel Paulus aan de christenen van Efese

Broeders en zusters,
Eens leefde u in duisternis,
maar nu bent u licht door uw verbondenheid met de Heer.
Leef als kinderen van het licht,
want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn:
goedheid, gerechtigheid, waarheid.
Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis,
stel ze liever aan de kaak.
Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren,
is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
En alles wat openbaar wordt, is licht.
Daarom wordt gezegd:
Ontwaak, slaper,
sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.

Woord van de Heer.

Evangelie (Joh 9, 1-41)

“Hij ging heen en waste zich, wanneer hij terugkwam kon hij zien”

Eer en lof zij u, onze Heer Jezus,
Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer.
Wie mij volgt, zal het ware levenslicht bezitten.
Eer en lof aan U
Heer Jezus.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

Bij het verlaten van de tempel zag hij een man
die vanaf zijn geboorte blind was.
Zijn leerlingen vroegen Hem:
“Rabbi, waarom is hij blind geboren?
Heeft hij dat te wijten aan zijn eigen zonde of aan die van zijn ouders?”
Jezus antwoordde:
“Niet aan zijn eigen zonde, en evenmin aan die van zijn ouders.
Nee, de daden van God moeten in hem geopenbaard worden.
We moeten de daden van Hem die mij gezonden heeft,
verrichten zolang het dag is;
de nacht komt, en dan kan men niet werken.
Zolang Ik in de wereld ben, ben ik het licht van de wereld.
Na deze woorden spuwde Hij op de grond,
maakte wat slijk van zand en speeksel
en streek dat op de ogen van de blinde.
Daarna zei Hij tegen hem:
“Vooruit ga u wassen in de Siloambad.
(Siloambad wil zeggen: gezondene)
De man ging ernaar toe, waste zich en kwam ziende terug.

Zijn buren en degenen die hem voordien vaak hadden gezien
– hij was namelijk een bedelaar –
zeiden: “Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?”
“Inderdaad,” zeiden sommigen.
“Welnee,” zeiden anderen, “maar hij lijkt er wel op.”
Maar hijzelf zei: “toch wel, ik ben het.”
“Maar wat is er dan met je ogen gebeurd, dat je nu ineens kunt zien?” vroegen ze.
Hij antwoordde: “een zekere Jezus maakte wat slijk en streek dat op mijn ogen.
Toen zei Hij ‘ga u naar de Siloam om u te wassen.’
Ik ben dus gegaan, en toen ik mij gewassen had, kon ik zien.”
“Waar is die man?” vroegen ze.
“Dat weet ik niet,” zei hij.

Ze brachten de man die blind geweest was bij de farizeeën.
Nu was de dag waarop Jezus slijk gemaakt had en zijn ogen had geopend, een sabbat.
Daarom stelden ook de farizeeën hem de vraag hoe het kwam dat hij nu kon zien.
Hij antwoordde: “Hij deed wat slijk op mijn ogen,
ik heb mij gewassen en nu zie ik.”
“Zo iemand komt niet van God,” oordeelden sommige farizeeën,
“want Hij houdt de sabbat niet.”
Anderen merkten op:
“maar hoe zou een zondaar zo’n tekenen kunnen verrichten?”
Kortom, er was verdeeldheid onder hen.
Ze richtten zich toen opnieuw tot de blinde:
“Wat denk jij ervan? Hij heeft toch je ogen geopend!”
“Dat Hij een profeet is,” antwoordde hij.
De Joden wilden niet geloven dat de man die nu kon zien ooit blind was geweest,
zolang ze zijn ouders er niet bij geroepen hadden
en hun de vraag hadden gesteld:
“Is dit weldegelijk die zoon van u die volgens uw zeggen blind geboren is?
Hoe komt het dan dat hij nu kan zien?”
De ouders antwoordden:
“Wij weten dat dit onze zoon is en dat hij blind geboren is.
Maar hoe het komt dat hij nu kan zien, dat weten we niet.
En wie zijn ogen geopend heeft, weten we veenmin.
Dat kunt u beter aan hem vragen: hij is oud genoeg,
hij kan zelf zijn woord wel doen.
Zijn ouders spraken aldus omdat ze bang waren voor de Joden.
Want die hadden ondertussen besloten dat iedereen die Jezus als Messias erkende,
uit de synagoge gebannen zou worden.
Dat was de reden waarom de ouders zeiden:
“Hij is oud genoeg, vraag het maar aan hem.”

Toen riepen ze de man die blind was geworden voor een tweede verhoor bij zich.
“Wees nu eens eerlijk voor God!
Wij weten dat die man een zondaar is.”
Maar hij antwoordde: “of Hij een zondaar is, daar weet ik iets van.
Wat ik wel weet, is dat ik eerst blind was en nu kan zien.”
“Wat heeft Hij met je gedaan?” vroegen zij,
“hoe heeft Hij je ogen geopend?”
“Dat heb ik toch al verteld,” antwoordde hij,
“maar u hebt niet geluisterd. Waarom wilt u het nog eens horen?
Wilt u soms ook leerlingen van Hem worden?”
Toen werden ze grof en zeiden:
“Jij bent een leerling van Hem, wij zijn leerlingen van Mozes.
Wij weten dat God heeft gesproken tot Mozes;
maar waar Hij vandaan komt, daar weten we niets van.”
Hierop gaf de man ten antwoord:
“Maar is dat nu juist niet merkwaardig,
dat mensen als u niet weten waar Hij vandaan komt?”
En Hij heeft mij wel de ogen geopend.
Naar zondaars luistert God niet, dat weet toch iedereen.
Maar naar iemand die ontzag voor Hem heeft en zijn wil doet,
naar zo iemand luistert Hij.
Nog nooit heeft men gehoord
dat een mens de ogen heeft geopend van iemand die blind geboren was.
Als die man niet van God kwam, had Hij dat nooit gekund.”
Toen voeren ze tegen hem uit:
“Wat? Jij die vanaf je geboorte een en al zonde bent,
jij wil ons de les lezen?”
En ze gooiden hem eruit.

Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden,
En toen Hij hem teruggevonden had, zei Hij:
“Gelooft u in de Mensenzoon?”
Hij antwoordde: “Wie is dat Heer? Dan zal ik in Hem geloven.”
Toen zei Jezus: “U hebt Hem ontmoet: het is degene die met u spreekt.”
“Heer, ik geloof,” zei hij, en wierp zich voor Hem neer.
Daarop zei Jezus:
“Een duidelijke scheiding ben Ik in deze wereld komen brengen:
de niet-zienden zullen zien, en de zienden zullen blind worden.”
Enkele farizeeën in de buurt hadden dit gehoord en vroegen:
“Zijn wij soms ook blind?”
Jezus antwoordde:
“Was u maar blind! Dan zou u zonder zonde zijn.
Maar u beweert dat u ziet.
En daarom zit u vast in uw zonde.

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Links & Multimedia

Agenda
maart 2020 :

Niets voor deze maand

februari 2020 | april 2020

newsletter