Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Lezingen-voor-de-vierde-zondag-na-Pasen-Liturgisch-jaar-A
        Lezingen voor de vierde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

Lezingen voor de vierde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A


  • Télécharger l'article au format PDF Imprimer cet article
  • Ecrire à l'auteurLdS
  • 10 mei 2020
  • réagir
  • 0 stem
Eerste lezing (Hnd 2, 14a; 36-41)

“God heeft Hem tot Heer en Messias aangesteld”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

De dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren,
verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe:
“Heel het huis Israël moet zeker weten
dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld,
deze Jezus, die u hebt gekruisigd.”

Toen zij dit hoorden, kromp hun hart ineen
en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen:
“Wat moeten wij doen, broeders?”

Petrus zei tegen hen: “Bekeer u!
Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus
tot vergeving van uw zonden.
Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.
De belofte geldt immers voor u en uw kinderen,
en voor allen ver weg,
die de Heer onze God erbij zal roepen.”

Met nog vele andere woorden getuigde hij,
en hij spoorde hen aan met de woorden:
“Laat u redden uit dit ontaarde geslacht”.

Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen;
en op die dag sloten ongeveer drieduizend mensen aan.

Woord van de Heer

Psalm (Ps 22 [23], 1-2ab; 2c; 3; 4; 5; 6)

R/ De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.

De Heer is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij in grazige weiden rusten,
Hij voert mij naar vredig water,
daar geeft Hij mij nieuwe kracht.

Hij leidt mij op het recht spoor,
omwille van zijn naam.
Al moet ik door dalen van duisternis en dood,
ik ben voor geen onheil bang,
want U bent bij mij:
uw knots en uw staf geven mij nieuwe moed.

Voor mijn ogen dekt U de tafel,
zodat ook mijn belagers het zien;
met olie zalft U mijn hoofd,
mijn beker is tot de rand gevuld.
Ja, uw goedheid en liefde blijven mij volgen
alle dagen van mijn leven.
Zo mag ik telkens weer wonen in het huis van de Heer,
tot in lengte van dagen.

Tweede lezing (1 P 2, 20b-25)

“U bent bekeerd tot de herder en de behoeder van uw zielen”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Indien u geduldig hebt verdragen
wat u te lijden kreeg omwille van uw goede daden,
dan is het dát wat God behaagt.
En het is ook uw roeping,
want Christus heeft voor u geleden
en u een voorbeeld nagelaten;
u moet in zijn voetstappen treden.

Hij heeft geen zonde gedaan
en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
Als Hij uitgescholden werd, schold hij niet terug.
Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen.
Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen,
opdat wij afsterven aan de zonden en gaan leven voor gerechtigheid.
Door zijn striemen bent u genezen.
Want u was verdwaald als schapen
maar nu bent u bekeerd
tot de herder en behoeder van uw zielen.

Woord van de Heer

Evangelie (Joh 10, 1-10)

“Ik ben de deur voor de schapen”

Halleluja. Halleluja.
Ik ben de Goede Herder, zegt de Heer
Ik ken mijn schapen
en mijn schapen kennen Mij (Joh 10, 14).
Halleluja.

Uit het heilig Evangelie volgens Johannes.

In die tijd vertelde Jezus:
“Waarachtig: Ik verzeker u:
wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt,
maar naar binnen klimt op een andere plaats,
kan alleen maar een dief zijn en een bandiet.
Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem.
Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten.
En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit en zijn schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen.
Een vreemde echter zullen ze nooit volgen;
integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen.

In deze versluierde taal sprak Jezus de farizeeërs toe,
maar ze begrepen niet wat Hij hen te zeggen had.

Jezus ging dus verder: “Waarachtig, ik verzeker u,
Ik ben de deur voor de schapen.
Al diegene die vóór mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten,
naar hen hebben de schapen niet geluisterd.
Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt, zal gered worden:
die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden.
Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten,
en om verloren te laten gaan;
Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten,
en wel in overvloed.

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

newsletter