Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Lezingen-voor-de-derde-zondag-na-Pasen-Liturgisch-jaar-A
        Lezingen voor de derde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A

Lezingen voor de derde zondag na Pasen – Liturgisch jaar A


  • Télécharger l'article au format PDF Imprimer cet article
  • Ecrire à l'auteurLdS
  • 28 april 2020
  • réagir
  • 0 stem
Eerste lezing (Hnd 2, 14; 22b-33)

“Het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden”

Lezing uit de Handelingen van de Apostelen

De dag van Pinksteren trad Petrus met de elf naar voren,
verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe:
“Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten,
luister aandachtig naar mijn woorden!
Jezus de Nazareeër is u van Godswege aangewezen
door machtige daden, wonderen en tekenen,
die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis
is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen
aan het kruis geslagen en omgebracht.
Maar God heeft Hem laten opstaan
door een eind te maken aan de weeën van de dood,
want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
David zegt immers over Hem:
‘Steeds hield ik mij de Heer voor ogen
want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong,
ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen.
Want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk
en U zal uw heilige geen bederf laten zien.
U hebt mij wegen ten leven gewezen
en zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.’

Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen
dat hij gestorven en begraven is;
tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.
Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had
dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op de troon,
sprak Hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias:
dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten
en zijn lichaam geen bederf zou zien.
God heeft deze Jezus laten opstaan,
daarvan zijn wij allen de getuigen.
Verhoogd aan Gods rechterhand heeft Hij
de beloofde Heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten;
en dat is wat u ziet en hoort.”

Woord van de Heer

Psalm (Ps 15 [16], 1-2a.5, 7-8, 9-10, 11)

R/ U maakt mij vertrouwd met de weg naar het leven.

Bescherm mij, o God,
Ik neem mijn toevlucht tot U.
Van de Heer zeg ik nu: “U bent mijn Heer.”
De Heer is mijn erfdeel, mijn levensbeker,
mijn lotsbestemming ligt in uw handen.
Ik prijs de Heer die mijn leidsman is;
zelfs ’s nachts spoort mijn hart mij daartoe aan.
Ik hou de Heer voor ogen, de Heer altijd,
Hij staat mij terzijde en ik wankel niet.
Mijn hart is dan ook verheugd,
mijn innerlijk jubelt, mijn lichaam kent geen zorgen,
want U geeft mijn leven niet aan het dodenrijk prijs,
U laat uw vrome het graf niet zien.
U maakt mij vertrouwd met de weg naar het leven?
met overvloedige vreugde bij U,
met groot geluk aan uw rechterzijde, voorgoed.

Tweede lezing (1 P 1, 17-21)

“U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het Lam zonder vlek of gebrek”

Lezing uit de eerste brief van de Heilig Apostel Petrus

Mijn geliefden,

Degene die u als Vader aanroept,
is ook de onpartijdige rechter over al onze daden,
heb daarom ontzag voor Hem,
zolang u hier in ballingschap leeft.
U weet dat u niet door vergankelijke dingen, zoals goud en zilver,
bent verlost uit het zinloze bestaan
dat u van uw vaderen hebt geërfd.
U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus,
het lam zonder vlek of gebrek,
dat uitverkoren was vóór de grondlegging van de wereld,
maar pas op het einde van de tijden is verschenen,
omwille van u.
Door Hem gelooft u in God
die Hem uit de doden heeft opgewekt
en Hem de heerlijkheid gegeven heeft.
Daarom is uw geloof in God
tevens hoop op God.

Woord van de Heer

Evangelie (Lc 24, 13-35)

“Zij herkenden Hem aan het breken van het brood”

Halleluja. Halleluja.
Heer Jezus, open voor ons de Schrift!
Moge ons hart in ons branden
terwijl U tot ons spreekt.
Halleluja.

Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs,
dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt.
Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was.

Terwijl zij met elkaar in discussie waren,
voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee.
Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen.
Hij sprak tot hen: “Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?”
Met sombere gezichten bleven ze staan.
Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord:
“Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem
die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?”

“Wat dan?” vroeg Hij. Ze zeiden Hem:
“Wat er gebeurd is met Jezus van Nazareth.
Hij was een profeet, machtig in woord en daad
in de ogen van God en van heel het volk.
Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd
om Hem ter dood te laten veroordelen,
en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.
En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen,
maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is.
Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan.
Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan
en toen ze Zijn lichaam daar niet aantroffen,
kwamen ze terug met het verhaal
dat ze ook nog een verschijning hadden gehad
van engelen die zeiden dat Hij leeft.
Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan
en het bleek zo te zijn al de vrouwen gezegd hadden,
maar Hem hebben ze niet gezien.”

Toen zei Hij tot hen:
“Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip
als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd!
Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnen gaan?”

En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had,
te beginnen bij Mozes en alle Profeten.
Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn,
deed Hij alsof Hij verder wilde gaan.
Met aandrang vroegen ze: “Blijf bij ons,
want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.”

Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.
Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood,
sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.
Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem,
maar meteen was Hij uit hun zicht verdwenen.
Ze zeiden tegen elkaar:
“Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak
en de Schriften voor ons opende?”

Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem;
Daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen.
Die zeiden: “Waarachtig, de Heer is opgewekt,
aan Simon is Hij verschenen.”

Toen vertelden ze wat er onderweg was gebeurd
en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.

Verkondigen wij het Woord van de Heer

(Willibrordvertaling – 1999)

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

newsletter