Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/Homilie-Mgr-Pierbattista-Pizzaballa-Witte-Donderdag-2020
        Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Witte Donderdag 2020

Homilie Mgr. Pierbattista Pizzaballa – Witte Donderdag 2020

JERUZALEM – Hier volgt de homilie van Mgr. Pierbattista Pizzaballa die hij uitsprak op Witte Donderdag 2020.


Het Laatste Avondmaal van de Heer - Homilie

Heilig Graf – 9 april 2020

Dierbare broeders en zusters
Moge de Heer u vrede schenken!

Wij zijn hier samen aan het begin van een wat vreemde driedaagse van Pasen. Wij willen hier op de meest heilige plaats de belangrijkste gebeurtenissen uit onze heilsgeschiedenis herdenken, maar de omstandigheden zijn bedroevend. Er valt hier uiterlijk weinig feestelijks te beleven. Hoe vaak hebben wij het de voorbije dagen al niet herhaald dat het zo bevreemdend is om op zo’n wijze onze feesten te vieren. Zonder de gebruikelijke triomfantelijke intrede lijken de vieringen wel semi-clandestien. Maar misschien kunnen we precies hieruit wel enige nieuwe dingen leren. Los van de gebruikelijke plechtige en drukke vieringen zijn we misschien beter in staat om ergens een woord, een reflectie of een aanwijzing in ons op te nemen, waar we in normale omstandigheden nooit zouden zijn toe gekomen.

Laten wij ons leiden door het Woord dat de liturgie ons aanreikt en laten wij de Geest vragen om onze weg naar Pasen toe te verlichten.

In de lezing van Exodus zien wij hoe het bloed van het lam dat de huizen markeert een teken wordt voor het heil van de Joden die in deze huizen wonen. Dit slavenvolk dat menselijker wijze niet in staat is de strijd aan te gaan met de onvergelijkbare macht van de farao, werd door een goddelijke tussenkomst uit haar slavernij verlost. Het was geen engel, geen gezondene, maar de Heer zelf die onder hen verscheen. “Ik zal deze nacht door het land van Egypte trekken… Ik ben de Heer!” De doortocht van de Heer laat niets zoals het voorheen was en wil dat men beslist: je zal die beslissing aanvaarden of afwijzen.

Vandaag komt de Heer ook in ons midden en ook vandaag vraagt Hij ons deze stelling te aanvaarden of ze af te wijzen. Het is aan ons om te beslissen of wij ons al dan niet met hen die door het bloed van het Lam getekend zijn, willen verenigen. Het is aan ons om te beslissen of wij Egypte zullen verlaten en willen mee optrekken naar het doel, naar het heil. Of willen wij misschien gewoon eerder bij “de vleespotten van Egypte” blijven zitten (Ex 16, 3).

En het Evangelie toont ons duidelijk wat nu het eigenlijk doel wel is. Het is Jezus zelf die het ons toont en het is Hij die het als eerste zal bereiken om er voor ons een plaats te bereiden (Joh 14, 2). Heel het evangelie van Johannes is van deze vraag doordrongen: van waar komt die man en waar gaat Hij heen. Dat is het thema van de identiteit van Jezus.

Bij Johannes stelt elkeen die Jezus ontmoet zich niet enkel de vraag vanwaar Hij komt, maar ook wat Hij doet en wat Hij bezit. Men vraagt zich af waar hij woont (1, 38), vanwaar de nieuwe wijn komt tijdens de bruiloft in Kana (2, 9). Op de zondagen van de vasten hoorden wij reeds in de dialoog met de Samaritaanse vrouw de vraag naar de oorsprong van Zijn levend water (4, 11). De blinde die genezen werd, zegt dat dat het vreemd is dat de schriftgeleerden niet weten waar Hij vandaan komt en dat die man hem nochtans de ogen heeft geopend (9, 30). En tenslotte vroeg ook Pilatus: “Waar kom Jij vandaan?” (19, 9).

De enige die écht wist waar Hij vandaan kwam en waar Hij naartoe ging, was Jezus zelf en Hij bleef dit zonder ophouden herhalen (7, 28; 8, 14; 13, 3). Hij zei eveneens dat niemand Hem zou kunnen volgen naar de plaats waar Hij heen ging (8, 21-22; 13, 33; 13, 36) zolang Hij de weg niet had bereid (14, 4) en een plaats voor hen had voorbehouden (14, 2). Er is wel één absolute zekerheid: "Vader, diegenen die U Mij hebt toevertrouwd, zou ik graag bij Mij hebben waar Ik ben.” (17, 24)

Welnu, dit mysterie wordt ons precies in het evangelie van vandaag geopenbaard: “Het Paasfeest was op handen. Jezus wist dat Zijn uur gekomen was: nu zou Hij de wereld verlaten om naar de Vader te gaan… Jezus die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God gekomen was en naar God zou teruggaan.” (13, 1-3). Het doel waarheen Jezus zich begaf en dat Hij ook voor ons zou klaar maken, wordt ons zo in alle volheid geopenbaard. Hij komt van de Vader en keert naar Hem terug. Daarom wou Hij ook dat dit voor ons zou gebeuren. Hoe kunnen wij nu dit objectief bereiken? “Hij richtte zich op van de tafel, legde zijn bovenkleed af en nam een doek die Hij om Zijn middel bond. Toen goot Hij water in een kom en begon de voeten van Zijn leerlingen te wassen. Hij droogde ze af met het linnen waarmee Hij zich had omgord.” (13, 4-5)

De daad die Jezus toen stelde was het symbool van Zijn doortocht van de aarde naar de hemel, van de wereld naar de Vader, van het tijdelijke naar de eeuwigheid. Om de weg naar de Vader te tonen, waste Jezus de voeten van Zijn leerlingen.

Elke daad van Liefde, die in de geest van de voetwassing wordt gesteld, die vanuit waarachtig dienstbetoon wordt gedaan, die vanuit de liefde en vanuit de zelfgave wordt verricht, is een daad van waarachtig leven en kent dus nooit een einde. “Voorheen hield Hij van degenen die Hem in de wereld toebehoorden, maar nu zou Hij hun zijn Liefde betonen tot het uiterste toe” (13, 1). Tot aan het einde, tot aan de voltooiing, zou Jezus zonder enige limiet en onvoorwaardelijk, zichzelf prijsgeven. Jezus verliet de tafel om zijn leerlingen de voeten te wassen, ook al wist Hij dat “de duivel inmiddels iemand ertoe had aangezet Hem over te leveren: Judas, de zoon van Simon Iskariot” (13, 2). Maar Hij wou eveneens de verrader de voeten wassen.

Petrus voelde zich door deze daad geschandaliseerd en trok zich terug (13, 6). Dit geeft aan hoe groot de afstand is tussen Gods denken en het onze. Wij denken in termen van eeuwigheid en eergevoel dat verbonden is aan macht en wij denken dat dienstbaarheid iets is dat beneden onze waardigheid moet worden beschouwd. Maar voor Jezus is dit niet het geval. Hij is eeuwig, Hij gaat als een nederige dienaar van de wereld naar de Vader toe, als diegene die zich aan de voeten van de andere plaatst, die zichzelf van alles ontdoet. Hij geeft alles prijs: Zijn autonomie, Zijn zelfgenoegzaamheid en Zijn trots. Hij erkent en eert de gave die de ander is, door zeer gewone, nederige en dagdagelijkse daden te stellen. De dienstbaarheid brengt gemeenschap tot stand en laat de mens uit de slavernij van het egoïsme treden. Ze laat ons herboren worden in een leven dat nooit zal sterven. Deze vorm van verbondenheid is een voorafspiegeling van de stijl die God hanteert. Alles wat zo reeds in ons aanwezig is, maakt eigenlijk deel uit van ons eeuwig leven, een leven in de Drie-eenheid.

Petrus toont ons dat het alles behalve vanzelfsprekend is om zich op deze manier te laten beminnen, dat het moeilijk is om te aanvaarden dat wij nood hebben om op zo’n manier bemind te worden. Dat is slechts mogelijk indien men in alle nederigheid de eigen zondigheid erkent. Wie niet beseft dat zijn voeten vuil zijn, zal ook niet aanvaarden dat ze gewassen worden. “Ik heb jullie het voorbeeld gegeven: je moet doen zoals Ik jullie heb gedaan” (13, 15). Jezus nodigt ons vandaag uit om Hem te volgen, om onze gewaden van zelfgenoegzaamheid af te leggen, om ons niet langer verzekerd te weten dat wij het allemaal zelf wel kunnen klaren. Jezus nodigt ons uit om ons als zondaars te bekennen die nood aan vergeving hebben. Jezus vraagt ons de schort van de nederige dienstverlening aan te trekken en onszelf te geven. Laten wij ons door Jezus tot de Vader voeren en zo erkennen dat ook wij nood hebben om de voeten gewassen te worden, om gezuiverd en gereinigd te worden.

Men stijgt slechts tot de Vader met een gezuiverd en onverdeeld hart. Wij dragen in ons alles mee wat tot onze geschiedenis behoort. Niets kan onze menselijke banden en onze menselijke relaties ongedaan maken. Maar zelfs verraad, indien we het zelf erkennen en aanvaarden, zal nooit een beletsel zijn op de weg naar ons heil.

Deze dagen worden wij getroffen in datgene wat ons bijzonder dierbaar is, met name in onze menselijke relaties. Het lijkt wel alsof de Heer ze van ons heeft afgesneden om ze vervolgens opnieuw te herstellen.

Misschien wil de Heer ze vooral zuiveren van alles wat in ons hebberig en gewelddadig is. Hij wil ons zeggen dat wij ervoor kunnen kiezen om elkaar te steunen of om egoïst te blijven en alleen aan onszelf te denken. Het isolement en de eenzaamheid in deze dagen kan ons leren dat het mogelijk is om een nieuwe weg te kiezen, om de weg van de bekering te gaan en terug te keren naar het beluisteren van het Woord van de Heer. De meesten onder ons zijn verplicht om in hun huis opgesloten te blijven en missen de mogelijkheid om een Eucharistieviering bij te wonen. Toch vormt deze de kern van de Kerk en van het Sacrament van de genezing. In dit vreemde en pijnlijke moment van de vasten kunnen wij misschien een oproep zien om ons te bezinnen over onze familiale relaties, een oproep om onze moederkerk te herbronnen in het licht van het evangelie van deze dag. Dit toont ons in het symbool van de voetwassing de weg om onze relaties te zuiveren en tot de weg naar de Vader te komen.

In de Eucharistie is de relatie een sacrament geworden, heeft Christus zich overgeleverd en, nadat Hij de dood heeft overwonnen, ons een nieuw leven aangeboden. In het Eucharistisch Brood werd het begin van een nieuwe aanwezigheid van Christus onder ons ingeluid. En vandaag nodigt het Gods Woord de Kerk – dit wil zeggen ons allemaal – uit om de eenheid in de Eucharistie te hervinden. Dit is de kern van het leven en van de hoop, ja zelfs van het wezenlijk engagement van onze Moeder de Heilige Kerk. Ze draagt in haar DNA de oproep om “Eucharistie” te zijn, om zichzelf belangeloos weg te schenken. Op dit moment kunnen we dit fysisch niet samen of als een aanwezige gemeenschap beleven. Laten we dit dan als huiskerk doen, gewoon als familie, om vervolgens met passie en vastberadenheid onze kerkelijke tocht vanuit een vernieuwde geest verder te zetten.

Het evangelisch verhaal dat vandaag verkondigd wordt, nodigt ons uit om vol moed datgene te overdenken wat wij heden in onze persoonlijke, familiale, kerkelijke en sociale relaties tot stand brengen. Wij zijn niet aan het einde van de wereld gekomen. Wij bevinden ons veeleer bij een passage in de geschiedenis die nog een lange weg heeft te gaan. Wat er morgen zal zijn, zal grotendeels afhangen van het nieuwe in onze relaties waaraan we nu reeds moeten beginnen te bouwen. De dood, élke dood wordt niet door het leven overwonnen, maar door de Liefde. Het zou al te bekrompen zijn om deze veldslag, om de huidige beperkende maatregelen om onze levens te redden, als een soort beproeving te beschouwen. Dit zou een veldslag zijn die we vroeg of laat zouden verliezen. Wij worden eerder opgeroepen om ons ertoe te verbinden een nieuwe wereld tot stand te brengen, die in de Verrezen Heer het onoverwinnelijk begin in zich draagt en in de belangeloze liefde zijn model vindt. Met andere woorden, wij kunnen een nieuwe wereld tot stand brengen waaraan de Eucharistie aan onze gemeenschap werkelijk inhoud geeft. Dit wordt een gemeenschap waarin wij eerst en vooral voor elkaar het brood willen breken, een gemeenschap waarin stevige relaties tot stand komen met zorg voor de medemens en respect voor de rechtvaardigheid, een gemeenschap met een sociaal leven dat mensen opneemt en niet uitsluit, een gemeenschap met grote zin voor evenwichten en met aandacht voor het gemeenschappelijk belang.

Wij weten niet wie of wat we op deze weg zullen ontmoeten en wij beseffen geenszins waar wij op onze levensweg aanduidingen zullen krijgen over waar Jezus ons naartoe voert. Maar we kunnen er zeker van zijn dat, waarheen de weg ons ook zal leiden, wij niet ver van God zullen verwijderd zijn, als wij maar trouw blijven aan de onderrichtingen die Jezus ons vandaag heeft gegeven: “Ook jullie behoren elkaar de voeten te wassen” (13, 14) … “dit draag Ik jullie op, dat je elkaar liefhebt” (15, 17). Alles, elke ervaring die we aldus beleven, voert ons naar de Vader.

Vóór de voetwassing zei Jezus dat niemand Hem zou kunnen volgen. Maar nadat ons geleerd werd hoe we elkaar moeten beminnen, kon Jezus zeggen: “En waar ik heen ga – de weg is jullie bekend” (14, 4).

Ook wij hernemen vandaag onze weg en van deze weg kennen wij vandaag het te volgen spoor.

+Pierbattista Pizzaballa
Apostolische Administrator

vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

Agenda
juni 2020 :

Niets voor deze maand

mei 2020 | juli 2020

newsletter