Ordre Equestre du Saint-Sépulcre de Jérusalem-Lieutenance de Belgique - Ridderorde van het Heilig Graf–Landscommanderij België
https://ordredusaintsepulcre.be/De-Hemelvaart-van-de-Heer
        De Hemelvaart van de Heer

De Hemelvaart van de Heer

Even bezinnen in het gezelschap van Kardinaal Fernando Filoni


Wat wil dit eigenlijk zeggen: de Hemelvaart van de Heer? Wij hebben deze gebeurtenis via de Handelingen van de Apostelen leren kennen (Hnd 1, 9-11). Maar ook Marcus heeft het er op het einde van zijn evangelie even over (Mc 16, 19) en vervolgens ook nog Lucas (Lc 24, 50), die het verhaal in de Handelingen nog even precies zou hernemen om de tijd van Jezus nog eens duidelijk met de tijd van Kerk te verbinden. De twee evangelisten die het hadden over het leven van de Heer, over Zijn dood en Verrijzenis, brengen ook nog enige informatie betreffende het heengaan van de Heer. Veertig dagen na de Verrijzenis schoof de Verrezen Heer duidelijk alle verwachtingen opzij van diegene die nog op de politieke restauratie van Israël zaten te wachten. Jezus begeleidde zijn volgelingen naar Bethanië en Hij herinnerde hen eraan dat zij Zijn getuigen in Jeruzalem, in Judea en in Samaria, ja zelfs tot in alle uithoeken van de wereld, zouden zijn. En toen zagen ze Hem opstijgen tot een wolk Hem aan hun blik onttrok (Hnd 1, 11).

Met deze laatste suggestieve woorden kwam er een einde aan de historische periode van Jezus die in ons midden heeft geleefd. Waren de leerlingen bedroefd of gewoon met verstomming geslagen? Binnendringen in het hart van de mensen, is niet altijd eenvoudig. In werkelijkheid zien wij een laatste geruststellende zegening vanwege de Heer, die, net voor Hij zich aan hun blik onttrok, hen nog troost en sterkte had gegeven. Nu kunnen zij “in grote vreugde naar Jeruzalem terugkeren” (Lc 24, 52) om er met hun getuigenis over Jezus te beginnen. Zoals Paus Benedictus XVI in zijn “Jezus van Nazareth” neerschreef, is met de Hemelvaart van Jezus de aanwezigheid van de Heer niet langer ruimtelijk maar wordt ze goddelijk. Jezus gaat niet zomaar “ergens” heen, maar Hij treedt in de Drie-éénheid binnen. Dit maakt het Hem mogelijk om nog in dezelfde tijd te vertoeven, maar dan wel op een andere wijze. Hij is bij ons aanwezig, Hij staat ons terzijde, maar zijn manier om “terug te keren” voltrekt zich op een totaal nieuwe wijze. Inderdaad, zegt de Heilige Paulus, wij herkennen Hem niet langer in het lichaam (cfr 2 Ko 5, 16), maar in het geloof en in de genade van het doopsel.

Nadat de Kerk de hele weg van de incarnatie tot de dood en Verrijzenis heeft doorlopen, besluit zij met dit liturgisch feest ook de cyclus van de gebeurtenissen die met het leven van Jezus verbonden zijn. De liturgische tijd die hierop volgt zal aan de reflectie over de werken en de prediking van Jezus gewijd worden. Dan gaat het over het ontstaan van de Kerk (Pinksteren), de grote mysteries van het geloof (de Heilige Drievuldigheid, Sacramentsdag en Christus Koning), over de nagedachtenis van Maria en de heiligen tot de gebeurtenissen die met de kracht van de Heilige Geest de Kerk tot groei brachten (Missiezondag, roepingenzondag en de dag van het Godgewijde leven).

Met Hemelvaart keert Jezus dus terug naar de Vader en naar de vereniging in de Drievuldigheid. Hij neemt hierbij als waarachtig mens heel zijn menselijke ervaring met zich mee. Het gaat hier niet zomaar om een aspect van bijkomstig belang. Alhoewel Hij sindsdien van een glorieus bestaan geniet, betekent het feit dat Hij heel zijn eigen menselijkheid met zich meedraagt, dat hij niets van hetgeen Hij beleeft heeft, verwerpt. Neen werkelijk niets! Analoog hiermee kunnen we gerust stellen dat Hij God met deze ervaringen heeft “verrijkt”. Jezus draagt heel dit beeld met zich mee naar de Vader: Zijn incarnatie in het lichaam, Zijn menselijke en religieuze opvoeding, Zijn bewuste belevenissen in een familie, Zijn geloof zoals Hij dit in de Hebreeuws traditie heeft beleefd, alle vormen van een rijke variatie aan menselijke relaties, Zijn gevoelens ten aanzien van zijn Moeder en zijn vader, zijn medeburgers, de vrouwen, zijn vijanden, de Romeinen, zijn aanklagers, zijn weldoeners, de farizeeërs, de priesters in de tempel, de apostelen… Hij droeg evenzeer de ervaringen met zich mee die Hij overhield aan zijn participatie aan het dagelijkse leven van de mensen, zijn emoties bij de dood van zijn vriend Lazarus en van de zoon van de weduwe van Naïm, zijn solidariteit met de melaatsen, zijn strijd om de bezetenen van hun demon te bevrijden, maar evengoed het besef van de honger en zijn gevoel bij de bekoring, bij het verraad, bij de (doods)angst en bij de harten en de geesten die zich voor Hem afsloten. Evengoed droeg Hij voor altijd de vreugde met zich mee die Hij bij het gebed mocht ervaren en waarmee Hij zijn leerlingen op die wijze wist te boeien, de diepe vreugde van zij die vergiffenis hadden gekregen, de vurigheid van hen die zich door het brood verzadigd wisten, het niet te onderdrukken geluk van diegenen die zich van ziekten genezen wisten en zo hun verstoten zijn uit de samenleving beëindigd zagen, de dankbaarheid van de armen en de bewondering voor de natuur: “kijk naar de vogels in de lucht, naar de lelies in het veld” (cfr. Mt 6, 26-28)… samengevat, alle aspecten van heel zijn bestaan in ons midden. Maar Hij droeg in zijn geest evengoed zijn ervaring mee van de pijn die Hij in zijn eigen lichaam had ervaren: zijn onrechtvaardige veroordeling, de diepste vernederingen, de verlatenheid en fysieke martelingen en de vele wonden die nooit zouden genezen. Hiermee zou Hij voorgoed het begrip van de Vader voor ons, lijdende mensen, afsmeken. En tenslotte ook nog de ervaring van de dood. Ons liet Hij het onderricht als een leermeester met gezag: “bemin uw vijanden en bid voor uw vervolgers” (cfr. Mat 5, 44).

Jezus, met de Hemelvaart neemt Zijn historische ervaring een einde, maar ze luidt tegelijk een nieuwe relatie met ons in. “En Ik, Ik zal voor altijd bij u zijn, tot het einde der tijden” (Mt 28, 20) en Hij beloofde ons tegelijk “de kracht van de Geest die over ons zou nederdalen” (Hnd 1, 8). Vertrouwen hebben of niet??? Hier komt het geloof in het spel. De Kerk leeft nu in het licht van deze belofte en van het geloof in haar zending om in alle naties volgelingen te maken, ze te dopen om hen in het leven van de goddelijke Drie-eenheid binnen te voeren. Dit is voor ieder een onvergelijkbare openbaring, een uniek geschenk.

Wanneer wij belijden dat Jezus ten hemel is opgestegen, dan weten wij vandaag dat wij ons voor een vooruitzicht op een ander bestaan bevinden. In dat leven is de Verrezen Heer ons voorgegaan. Het gaat niet om een ingebeelde leegte, integendeel, Jezus zegt: “Het is beter voor u dat Ik wegga, want mocht ik niet weggaan, dan zou de Helper nooit tot u komen, maar als ik heenga, dan zal ik Hem naar u zenden” (Jh 16, 7).

Met de Heilige Geest begint voor de Kerk een nieuwe tijd en een nieuwe zending. Zoals voor Maria zal de Heilige Geest van de Kerk in de vreugde van het moederschap een vruchtbare moeder maken. Maar ze zal evengoed, zoals elke moeder, om elk verloren kind moeten lijden.

Maria en de Kerk… ze hebben dezelfde opdracht om Jezus te dragen.

Fernado Kardinaal Filoni in het plechtig gebeuren van de Hemelvaart van de Heer 2020

vertaling: Luk De Staercke

Réagir à cet articleRéagir à cet article

Een bericht, een commentaar?

vooraf modereren

Let op: je bericht verschijnt pas wanneer het gelezen en goedgekeurd is.

Wie ben je?
Vul hier je commentaar in

In dit formulier kun je de SPIP-codes {{gras}} {italique} -*liste [texte->url] <quote> <code> en HTML codes <q> <del> <ins> gebruiken. Om een nieuwe paragraaf te maken laat je gewoon een paar regels leeg.



Homilies & Lezingen

newsletter